zondag 24 februari 2008

Aanschaf van dure apparatuur ....

Als bloggende directeur moet je er rekening mee houden dat allerlei surfers, al dan niet bij toeval, op je weblog terecht komen. Een enkeling neemt het initiatief om een reactie achter te laten, dan wel een persoonlijke mail te sturen. Deze week ontving ik van vier studenten strategische productontwikkeling aan de faculteit industrieel ontwerpen te Delft een mail. De studenten waren op dit moment bezig met het vak business-to-business marketing. Zij hadden als onderwerp de medische industrie gekozen, en wel de business-to-business marketing van relatief dure apparatuur van Philips Healthcare. In het bijzonder wilden zij hierin het koopgedrag van ziekenhuizen nader onderzoeken. Naast literaire bronnen en theoretische modellen wilden ze een juist beeld van de praktijk ontwikkelen. Daarbij vroegen zij zich af, in de mail aan mij, of ik hen hierbij zou kunnen helpen. De studenten waren bij toeval op mijn weblog gekomen. Vanuit mijn ervaring in het vakgebied wilden ze van mij weten, welke partijen invloed hebben op het koopproces van Nederlandse ziekenhuizen, vooral bij de aanschaf van dure apparatuur zoals CT-scanners en welke de belangrijkste criteria zijn op basis waarvan beslissingen worden genomen. Zij besloten met de zin: “Wij danken u alvast voor uw tijd en begrijpen het natuurlijk als uw agenda het niet toestaat om correspondentie te voeren”. Welnu, laat ik een poging doen om mijn opvatting hierover in het kort te geven.

In de eerste plaats zie ik een ontwikkeling waarin het inkoopproces van ziekenhuizen zich de laatste jaren sterk ontwikkelt. Binnen Orbis/Maaslandziekenhuis is bijvoorbeeld alle apparatuur voor het nieuwe ziekenhuis in één keer Europees aanbesteed, hetgeen een aanmerkelijk inkoopvoordeel heeft opgeleverd.

Kijkend naar de vraag van de studenten, dan kan ik melden, dat de aanschaf van dure medische apparatuur vrijwel altijd plaatsvindt door middel van zogenaamde Decision Making Units (DMU’s). In het geval van de aanschaf van bijvoorbeeld een CT-scanner hebben hierin zitting: een afvaardiging van de betrokken medici (in dit geval de radiologen), de manager van de röntgenafdeling, een betrokken röntgenlaborant, de klinisch fysicus en een (strategisch) inkoper. Bij echt grote deals, bijvoorbeeld bij meerjaren contracten, tref je in de DMU’s ook wel directieleden aan en adviseurs van inkoopadviesbureaus, bijvoorbeeld voor de begeleiding van grote Europese aanbestedingstrajecten. Een trend is ook, in het geval van een CT-scanner, dat aanvragende specialismen worden gehoord zoals bijvoorbeeld cardiologen, vaatchirurgen en MDL-artsen. Uitgangspunt voor de aanschaf is altijd het Programma van Eisen (PvE). Dit PvE wordt door de DMU opgesteld. Op basis van het PvE wordt de aanbesteding gedaan. Veelal worden de beoordelingscriteria van te voren vastgesteld en de eventuele wegingsfactoren die hierbij worden gehanteerd. Bij Europese aanbestedingen is het vooraf transparant maken van deze criteria met hun wegingsfactoren zelfs verplicht. Ook een trend is, dat niet alleen naar de economisch beste aanschafprijs wordt gekeken, doch naar de zogenaamde Total Cost of Ownership gedurende de levensduur van de apparatuur. Afschrijving, rente, kosten van preventief en correctief onderhoud en eventuele gebruiksmiddelen worden dan voor de levensduur van het apparaat voor de verschillende leveranciers met elkaar vergeleken. Bij grote deals speelt ook vaak de kwaliteit van het eventuele partnership met de leverancier een belangrijke rol. Tot zover in het kort mijn opvatting over de stand van zaken van het huidige inkoopproces van dure apparatuur in de Nederlandse ziekenhuizen, in ieder geval in het Maaslandziekenhuis.

Geen opmerkingen: