zondag 24 februari 2008

Samenwerken in de zorg .....

Een goede zorgbestuurder houdt zich vooral bezig met de relaties en de samenwerking binnen de organisatie. Dit is de boodschap van Jo Caris, voormalig bestuurder en docent aan de Tias Business School in Tilburg. Aan deze Business School volgde ik in 2000 en 2001 mijn Mastersopleiding. Jo Caris schreef het boek “Zorg bedrijven”. Deze week besteedde Zorgvisie aandacht aan het boek en aan Jo Caris. In het artikel met als titel “Hoe vaak zien bestuurders nog een patiënt” wil ik een tweetal vragen aan de schrijver met u delen.

Wat is de belangrijkste boodschap van uw boek?
“Mensen hebben vaak het beeld van gestroomlijnde zorgorganisaties met duidelijke hiërarchische en organisatorische lijnen. Maar feitelijk zijn organisaties een wirwar van lijntjes en patronen, die bovendien in verbinding staan met de buitenwereld. Een controller heeft soms een beter contact met de externe accountant dan met de eigen ICT-afdeling. En een diëtiste heeft soms een betere relatie met vakgenoten bij de concurrent, dan met de eigen verpleegafdeling. Je ziet vaak dat mensen elkaar binnen de organisatie bestrijden”.

Wat hebben bestuurders/directies daarmee te maken?
Bestuurders/directies moeten zorgen voor de interne binding. Om je doel te bereiken moet je samenwerken binnen de organisatie. Een gezonde situatie is interne coöperatie, gecombineerd met externe competitie. In elk geval competitie met die organisaties waarmee je niet hoeft samen te werken.

Verderop in het artikel stelt Caris: “Wat ik wel eens mis bij bestuurders, is de betrokkenheid bij de klant en het eigen bedrijf. Ze hebben vooral contact met collega-bestuurders. Hoe vaak zien ze nog een patiënt? Als je interne coöperatie voor elkaar wilt krijgen moet je dat dóórleven.

(Bron: Zorgvisie nr. 7, jaargang 38, www.zorgvisie.nl)


Dit artikel sprak mij zeer aan, omdat ik de mening van Jo Caris volledig deel. Echter, de praktijk is natuurlijk weerbarstig. De volle agenda’s, met veel interne en externe verplichtingen, maken dat soms de tijd ontbreekt om met het primaire proces in contact te blijven. De lezers van deze weblog weten dat ik toch met enige regelmaat tijd vrijmaak om met de medewerkers in de zorg de dialoog te zoeken.

Afgelopen week ben ik van woensdag tot en met zaterdag met het directieteam van Orbis (directies van de zorgdivisies en directies van de ondersteunende diensten zoals HR, Informatiemanagement, Financien en Facilities) extern geweest om ons voor te bereiden op de vele veranderingen die Orbis respectievelijk het Maaslandziekenhuis staan te wachten bij de ingebruikname van Orbis Medical Park (OMP). Daarbij is veel aandacht besteed aan onze onderlinge afhankelijkheid om de overgang naar OMP tot een succes te maken. En de opgaven zijn legio: alle veranderingen moeten voor de nieuwbouw zijn afgerond, nog veel ICT-inspanningen moeten worden geleverd, ook de organisatie moet nog worden geënt op de nieuwe omgeving en veel leertrajecten moeten de komende maanden door de medewerkers worden doorlopen. Ook moet de exploitatie van het nieuwe ziekenhuis zodanig worden ingericht dat alle investeringen in het nieuwe ziekenhuis zullen worden terugverdiend. In dat opzicht verschilt een ziekenhuis niet van het bedrijfsleven. Goed samenwerken, zoals Jo Caris in zijn boek stelt, is daarin een cruciale randvoorwaarde om uiteindelijk in de overgang en de jaren daarna succesvol te zijn. En goed samenwerken begint wat mij betreft dan ook bij het directieteam van Orbis, waar de directie van het Maaslandziekenhuis onderdeel van uitmaakt. Goed samenwerken op directieniveau, doet goed samenwerken op alle onderliggende niveaus. In dat opzicht moet het voorbeeldgedrag niet worden onderschat. Daarom is het goed, dat in de achterliggende dagen, ons committment ten aanzien van de komende overgang, met de nog vele uitdagingen hierin, goed is doorleefd. Afgesproken is dat de overgang benaderd zal worden vanuit een gezamenlijke, gedeelde verantwoordelijkheid van het gehele team. Ik voel me daarin als algemeen directeur van het Maaslandziekenhuis, met mijn directe collega’s, bijzonder gesterkt. Aan ons de opgave om in goede samenwerking met alle medewerkers eendrachtig de schouders eronder te zetten. Op het directieteam van Orbis kan in ieder geval worden gerekend.

Geen opmerkingen: