zondag 19 oktober 2008

Eet niet de kip op, wacht op de eieren .....

Op zaterdagen probeer ik tijd te nemen om de Volkskrant van die dag wat meer aandacht te geven. Door de weeks schiet dat er vaak bij in en kom ik niet verder dan een aantal pagina’s bij het ontbijt. ’s Avonds wil ik dan nog wel even de elektronische middageditie scannen, doch ook dat gaat “tussen de bedrijven door”. Gisteren viel mijn oog op een artikel van Hans Wansink in de bijlage Het Betoog, genaamd "Eet niet de kip op, wacht op de eieren". In het artikel besteedde Wansink aandacht aan het onlangs gepubliceerde essay van Marcia Luyten, ‘Ziende blind in de sauna’ (zie foto). Marcia Luyten is journalist, econoom en cultuurhistorica. Ze woont in Kampala, de hoofdstad van Oeganda en eerder woonde ze in Rwanda. De kredietcrisis is voor haar de perfecte illustratie van haar stelling dat de politiek, de cultuur en de economie in Nederland en in het Westen steeds meer Afrikaanse trekken krijgen. Fixatie op de korte termijn, in plaats van investeren in de lange termijn (zie de titel van deze weblogbijdrage). In haar essay schrijft Marcia Luyten er het volgende over. "Geïnstitutionaliseerd wantrouwen, in plaats van op soliditeit van de gezagsdragers gebaseerd vertrouwen. Een roofzuchtige elite, die zowel in de private als in de semi-publieke sfeer zijn zakken vult, in plaats van dat zij het goede voorbeeld geeft aan de bevolking". Het tweede hoofdstuk van haar essay heet ‘De parabel van het aandeel’. Luyten beschrijft de uitvinding van het aandeel door de Verenigde Oostindische Compagnie, vierhonderd jaar geleden. Het revolutionaire van het aandeel was dat de aandeelhouder niet de eigenaar was van één heel schip, maar van een deel van tien handelsschepen. Als er een schip verging, wat regelmatig gebeurde, was de investeerder niet langer meteen al zijn geld kwijt. Bovendien was de aandeelhouder in de naamloze vennootschap alleen aansprakelijk voor zijn inleg, niet voor eventuele verliezen van het bedrijf. Zo kon voldoende kapitaal worden gemobiliseerd en werden risico’s gespreid. Het systeem was gebaseerd op vertrouwen en gericht op de lange termijn. Want het duurde minstens anderhalf jaar voordat het schip weer terug was uit de Oost. Het ging heel lang goed met het systeem van aandelen, dat een grote bijdrage leverde aan economische voorspoed. De aandeelhouder was als mede-eigenaar automatisch ook ondernemer en dus betrokken bij het bedrijf. Maar sinds een jaar of vijfentwintig, stelt Luyten, ‘is het papiertje een eigen leven gaan leiden. De ondernemingen die het eigendom zijn van ontelbare aandeelhouders doen er steeds minder toe. De betekenis van het bedrijf wordt verengd tot koerswinst en dividend, de enige relevante coördinaten van de beurshandel.’ De aandeelhouder is vooral belegger geworden, die zijn behoefte onmiddellijk bevredigd wil zien en daardoor – op z’n Afrikaans – zijn kip opeet in plaats van geduldig op de eieren te wachten. Met de groeiende invloed van investeringsmaatschappijen en speculatieve beleggingsfondsen ondermijnt het aandeel nu het vertrouwen en het langetermijndenken waaruit het is voortgekomen. Luyten: ‘De kredietcrisis maakt duidelijke dat er een rationaliteit is gaan werken die dit oorspronkelijke, welvaart scheppende systeem is gaan ondermijnen. Het toont de zelfdestructieve werking aan van een aandeelhouderskapitalisme dat in de ban is geraakt van winstbejag op de korte termijn en zelfverrijking. De crisis is veroorzaakt door een bankroof door bankjongens. Maar nog belangrijker is dat de crisis illustreert dat vertrouwen niet langer duurzaam en vanzelfsprekend is, maar vluchtig.’

Marcia Luyten velt hiermee een hard oordeel over de betrokkenen rondom de kredietcrisis. Ik kan me hierin wel vinden.

Verder in het artikel van Wansink komen nog aan bod de fixatie op de korte termijn in allerlei domeinen. ‘Je moet snel scoren. Of dat nou is met hoge beurskoersen of met de politieke polls van volgende week. Onwelgevallige boodschappen, over noodzakelijke investeringen die pas op langere termijn renderen, krijg je niet meer verkocht.’ Als voorbeeld noemt Luyten het energiebeleid.

Tot slot wordt nog aandacht besteed aan de publieke moraal. Luyten: ‘In Nederland speelde de burgerlijke middenklasse een heilzame rol in het handhaven van de publieke moraal die het leven in vrijheid mogelijk maakt zonder dat anderen in hun vrijheid belemmerd worden.’ Maar die rol wordt uitgehold, volgens Luyten. ‘De burger wordt door de staat te veel als consument aangesproken. Goed als je een nieuw paspoort nodig hebt. Maar de ideologie van de burger als klant leidt tot problemen. De notie van publiek belang is ondergesneeuwd geraakt. Die verwaarlozing wordt voorgeleefd in een publieke en semi-publieke functie. Het is vreselijk ondermijnend als die functionarissen zich niet meer door het publieke, maar door hun eigen belang laten leiden. Iedereen gaat dan denken: pakken wat je pakken kan, dat wordt voorgeleefd.’

Het artikel van Wansink over het gedachtegoed van Luyten zet mij in ieder geval aan tot verder nadenken over de genoemde ontwikkelingen in de maatschappij. In ieder geval is voor mij overduidelijk geworden dat de verantwoordelijken in de bankwereld, maatschappelijk onverantwoord gedrag hebben getoond en daarmee het brede publieke belang ernstig hebben geschaad. Daarmee wordt ook nog eens duidelijk dat instellingen hoewel volledig in het private domein actief, bredere publieke belangen behartigen, zonder dat dit zichtbaar is (zo lang het goed gaat). De bankwereld blijkt nu hiervan zo’n voorbeeld te zijn. In dat opzicht worden er op dit moment harde lessen geleerd….

1 opmerking:

Mischa zei

Met een mooie pakkende foto van Pieter Hugo (Worldpress 2006, 1e prijs SIngles (portretten)). Mooi evrhaal ook, las het ook in de Volkskrant. Ga het boek maar eens bestellen