zondag 17 juli 2011

Is de zorg in Nederland nog wel te betalen?

Al weer enkele weken geleden sprak ik op het Zorgvisiecongres 'Diagnose 2025' op Neyenrode Business Universiteit in Breukelen. Mijn presentatie ging over 'Risicoanalyse en in control zijn'.
Natuurlijk vanuit het perspectief van Orbis Medisch Centrum. Over deze presentatie wil ik het in deze blog niet verder hebben. Die kunt u zelf bekijken op de betreffende website. Vandaag wil ik stilstaan bij de presentatie op dat zelfde congres van Marcelis Boereboom, directeur-generaal Langdurige Zorg, van het Ministerie van VWS. Die presentatie trok mijn bijzondere aandacht omdat hierin mijns inziens een fors maatschappelijk dilemma met betrekking tot de als maar stijgende zorgkosten wordt aan gesneden.
Marcelis Boereboom




In deze presentatie licht Marcelis Boereboom het kabinetsbeleid voor de komende jaren toe. Ook daar wil ik het niet op inzoomen. Daar moet u zelf vanuit uw politieke achtergrond en voorkeur maar een oordeel over vellen. Nee, wat ik interessant vind zijn de ontwikkelingen en trends die in diezelfde presentatie naar voren komen en waar het kabinetsbeleid tracht een antwoord op te geven. Op dia 4 van de presentatie van Boereboom worden de zorguitgaven (curatieve én langdurige zorg) over het jaar 2007 afgezet tegen het totale BBP (Bruto Binnenlands Product) en dat voor verschillende landen in de wereld. Nederland neemt hier met ongeveer een kleine 10% een middenpositie in. Wat hierbij opvalt dat Nederland én de Scandinavische landen meer geld uitgeven aan de langdurige zorg. Daarmee besteden deze landen (verhoudingsgewijs) significant minder geld aan de curatieve zorg, terwijl deze landen toch bekend staan om hun hoge kwaliteit in vergelijking met andere landen. Hieruit spreekt mijns inziens de hoge mate van effectiviteit en efficiency van de ingezette middelen. Ook de keuze van het Orbis Medisch Centrum om zich te spiegelen aan het Skaraborg ziekenhuis in Skovde (Zweden) lijkt dan ook een goede te zijn. Op dia 6 wordt weergegeven hoe de ontwikkeling van de zorguitgaven (afgezet weer tegen het BBP)zich in Nederland de laatste decennia hebben ontwikkeld ten opzichte van de uitgaven voor Onderwijs en Sociale Zekerheid. Opvallend hierin is dat de laatste decennia de uitaven voor Onderwijs min of meer constant zijn tot licht dalend. Het percentage van het BBP voor de Sociale Zekerheid laat vanaf de midden tachtiger jaren een dalende tendens zien met parallel daaraan een oplopend beslag van de Zorguitgaven op het BBP. Je zou kunnen stellen dat de besparingen op de Sociale Zekerheid de stijgende Zorguitgaven hebben gecompenseerd. Inmiddels zijn we met de kosten voor Sociale Zekerheid in Nederland wel op een (basis) minimum niveau terecht gekomen (ik realiseer me dat dit, zoals ik dit stel, mijn politieke opvatting verwoord). Dat betekent dat de verder stijgende uitgaven voor zorg (als gevolg van de verdere vergrijzing en de technologische mogelijkheden) op andere wijzen gedekt dienen te worden. En die stijging wordt door de overheid geraamd op ongeveer 5,75% per jaar de komende jaren (zie dia 5 van de presentatie van Boereboom). Dit betekent dat voor de zorg gedurende de kabinetsperiode van het Kabinet Rutte 15 miljard extra zal worden uitgegeven. Hiermee slokt de Zorg voor een belangrijk deel de financiele ruimte op als gevolg van de economische groei in deze periode en verdringt de Zorg daarnaast ook nog andere uitgaven door de overheid. Dit staat weergegeven in dia 7 van de presentatie. De vraag rijst dan ook: zijn deze stijgende uitgaven voor de zorg vol te houden? Nu al (zie dia 9) gaan elk jaar hoge inkomens meer betalen voor lage inkomens, gaan elk jaar gezonden meer betalen voor (chronisch) zieken en gaan elk jaar jongere generaties meer betalen voor oudere generaties. De vraag die Boereboom dan ook terecht stelt is: (1) hoe lang willen we dit blijven betalen? én (2) zijn de kosten en baten nog in balans? De centrale vraag die dit oproept is: "Hoe houden we een goede gezondheidszorg betaalbaar voor huidige én toekomstige generaties? Ik heb het antwoord op deze vraag niet direct voorhanden. Het kabinet Rutte tracht in ieder geval de solidariteit de komende jaren nog in tact te houden. Volgens mij met een uiterste krachtsinspanning. Volgende kabinetten zullen volgens mij meer fundamentele keuzes móeten maken. Daar lijkt geen ontkomen aan.



Geen opmerkingen: